Het eerste team bestaat uit een uiteenlopende mix: van mannen die het groen-geel al jaren dragen en alle uithoeken van het veld en het mooie Nijmegen kennen, tot jongens die de mooiste tijd van hun leven pas net zijn begonnen en net hebben geleerd hoe je pasta pesto moet koken. Sommigen zijn pas zeer kort bekend met de onweerstaanbare ovale vormen van de bal en moeten ook de gewoontes en rituelen van het team nog leren kennen. Naast al het Nederlands talent weet NSRV Obelix ook elk jaar weer enkele Erasmusstudenten aan te trekken, uit alle hoeken van de wereld – van Canada tot Italië en van Groot-Brittannië tot Japan. Naast de ervaring en kennis die zij met zich meebrengen, kan hier vaak ook een mooi vakantieadresje uit gescoord worden in een ander werelddeel.  

Veel studenten die iets nieuws willen proberen en besluiten te gaan rugbyen komen eerst uit bij het tweede team, waar hen de fijne kneepjes van het vak geleerd worden en de ruwe randjes van de diamant worden geslepen. Daarna staan de poorten van heren I wijd open. Er zijn gevallen bekend die na het slijpen door de heren I zó erg schitterden dat zij het mooiste verenigingstenue van Nederland hebben verruild voor een ander, om in de hoogste regionen van het Nederlandse rugby te vertoeven. 

Het eerste team van Obelix komt sinds jaar en dag uit in de tweede klasse Zuid. Het ene jaar weten de strijders wat hoger te eindigen dan een ander jaar. Het doel is echter altijd hetzelfde: élke wedstrijd winnen – ongeacht weer, afstand, taal of stad, de ogen staan gericht op de winst. Dit maakt dat het degradatiespook al jaren niet gezien is in de wijde omgeving van het Nijmeegs kunstgras.  

De tegenstanders van het eerste team hebben een heuse haat-liefde verhouding met ons opgebouwd. Binnen de lijnen van het rugbyveld zijn de heren I een gedreven en taaie tegenstander met een venijnige smeltkroes van ervaring, snelheid, behendigheid, kracht en doorzettingsvermogen. (De tegenstander gaat geen schouderklopjes uitdelen, daarom doen we het hier zelf maar even). Na 80 minuten het vuur aan de schenen van de tegenstander te hebben gelegd, zijn de kerels van heren I er ook niet vies van om de derde helft bloedserieus te nemen. Of de wedstrijd nou gewonnen was of iets minder gewonnen maakt dan even niet meer uit. Het verschil is dat de vijand op het veld tijdens de derde helft gezien wordt als een goede vriend. Kijk gezien onze winnaarsmentaliteit vooral niet verbaasd op als de barman van de tegenpartij zich gewonnen geeft, afklopt en naar ons toe komt om te vragen of we alsjeblieft een einde kunnen breien aan het feest.