Geschiedenis

Geschiedenis
In 1970 startte de Nederlandse Rugby Bond een wervingscampagne met verschillende informatiedagen om de bekendheid van de rugbysport in Nederland te vergroten. Met succes, daar deze de aandacht trok van Jacques Greuel, destijds docent op het universitair sportcentrum. Hij raakte zozeer gefascineerd door het edele spel met de ovale bal dat hij het besluit nam een trainingscursus te volgen. Tegelijkertijd trachtte hij via advertenties in het universiteitsblad “Valvae” zieltjes te winnen voor de rugbysport in Nijmegen. De reacties op dit roemenswaardige initiatief bleken hoopgevend genoeg om met de eerste rugbytraining op het sportcentrum te starten.
‘Alle begin is moeilijk’, zo ook voor de rugbysport. In de beginperiode varieerde de belangstelling voor de trainingen sterk, maar de volhardendheid van de ‘harde kern’ van rugbyliefhebbers zorgde er voor dat de sport al in dit eerste jaar een vaste plaats op het sportcentrum veroverde. Jacques Greuel, Huub Fisser, Jacques Schuurkens en Menno Tolsma waren de mannen die rugby op de kaart zetten in de keizerstad. Uit hen zou ook het eerste bestuur voortkomen.
Naarmate de animo voor het rugby groeide, werd het langzaamaan tijd voor de eerste vuurdoop; een ‘uitwedstrijd’ tegen Eindhoven. Het ontbrak in dit prille beginstadium nog aan techniek en wedstrijdervaring wat resulteerde in een uitslag van 24-6. Daar het sportcentrum destijds nog geen officieel rugbyveld kende, werden er de rest van het jaar louter vriendschappelijke uitwedstrijden gespeeld.
In dit eerste seizoen koos men ook de naam: Nijmeegse Studenten Rugby Vereniging Obelix. Inspiratie hiervoor was het méér dan robuuste optreden van de overbekende stripheld tijdens de rugbywedstrijd in ‘Asterix en de Britten’. Ook koos het eerste bestuur de verenigingskleuren: Groen en geel. Het destijds ontworpen eigenzinnige tenue – groen-geel geblokt shirt, zwarte broek, groene en gele sok – is ook tegenwoordig nog op de nationale en internationale rugbyvelden te bewonderen.

Het eerste decennium, 1971-1980.

In het eerste volledige seizoen, 1971-1972, besloot de NSRV OBELIX door de flinke stijging van het aantal leden tot deelname aan de competitie. Er waren nog maar weinig clubs en men was genoodzaakt enorme afstanden per trein te overbruggen. Treinreizen die meer dan bevorderlijk voor de onderlinge sfeer waren. Een wezenlijk probleem was een regelmatig tekort aan spelers. Om toch enigszins het magische getal XV te benaderen werden in de nacht van zaterdag op zondag ware ronselpartijen door Obelixers in de Nijmeegse kroegen georganiseerd. Het ja-woord tot meespelen van een ‘eendags-rugby-recreant’ werd meestal pas na grote hoeveelheden bier verkregen, waarbij de aanwezige Obelixers broederlijk meedronken. De gevolgen waren te voorzien: ‘s zondags verkeerden ronselaars en geronselden in een gelijksoortige ‘beroerde’ toestand. Met name tijdens de wedstrijd bleken de tijdens de nacht genuttigde hoeveelheden bier niet meer binnen te houden en vele malen domineerde de zure vomeergeur dan ook het luchtruim boven het rugbyveld.
In 1971 werd op initiatief van Obelixers van het eerste uur Jacques Greuel, Huub Fisser en Jacques Schuurkens de Nijmeegse Rugby Club ‘The Wasps’ opgericht. Er bleek in Nijmegen nog voldoende belangstelling te zijn voor een tweede vereniging naast de NSRV OBELIX. In de voor beide verenigingen moeilijke beginjaren werd intensief samengewerkt: vica versa. Er gingen zelfs stemmen op tot fuseren, maar een overgroot deel van de leden bleek voor het behoud van OBELIX als studentenvereniging. De verenigingsculturen van de studenten- en de burgervereniging lagen te ver van elkaar af.
Het in april 1972 in Nijmegen georganiseerde N.U.K. bood de gelegenheid om rugby als nieuwe sport in het programma op te nemen. Als gevolg hiervan kreeg de NSRV OBELIX zijn eigen veld op het universitair sportcentrum. Het ging goed met OBELIX en in 1974 is de eerste trip naar het buitenland een feit. Op aanraden van Michael Flohr toog men naar Bonn alwaar bleek dat de Duitsers toch wat al te “kräftig gewachsen und gefüttert” waren. De OBELIX-scrum werd volledig uit de schoenen gedrukt. Ook met de Universiteit van Kent werden de banden aangehaald en vond een eerste trip naar Canterbury plaats.
In het midden van de jaren zeventig groeide de vereniging en het spelpeil steeg aanzienlijk met als resultaat het behalen van het kampioenschap in de afdeling midden in het seizoen 1975-1976. De promotiewedstrijden werden allen verloren, wat een uitbundig kampioensfeest in de Anita-bar niet in de weg mocht staan. Op het N.U.K. te Groningen werd een tweede plaats behaald.
In het daaropvolgende seizoen kreeg ook het tweede team een vaste plaats binnen de vereniging, zodat zelfs de hele competitie uitgespeeld kon worden. Het eerste team behaalde in dit seizoen wel de promotie naar de eerste klasse Zuid. In dat jaar kreeg de NSRV OBELIX de officiële verenigingsstatus bij notariële akte en werd ‘De Mark’ het nieuwe rugbycafé. Het ‘Mariken-tournooi’ van NRC The Wasps wordt op de palmares geschreven en OBELIX I verslaat Canterbury met 22-18: het eerste verlies van dit Engelse team op het Europese vasteland.

Damesrugby doet haar intrede

In het seizoen 1979-1980 wordt Obelix met een damesafdeling verrijkt. De algemene ledenvergadering stemt nadrukkelijk voor het opnemen van de dames binnen de bestaande vereniging. Dat het ooit zover kwam, is niet in de laatste plaats te danken aan het eerste dameslid Carla Stronks. Middels de TV en de wedstrijden van OBELIX op het sportcentrum had ze kennisgemaakt met de sport en in overleg met Jacques Greuel trainde zij tot de zomer met de heren mee. Met haar nooit verminderend enthousiasme wist ze het toenmalige bestuur van de levensvatbaarheid van het damsrugby binnen Obelix te overtuigen.
Tijdens de introduktie van 1979-1980 ging ze op zoek naar dames om een team op de been te krijgen. Ook bij de dames bleek de kroeg een geschikte ronselplaats. Hilde Kalthoff, Beppie Remmits, Ine Spee en Marleen van de Wauw waren de damesleden van het eerste uur en uiteindelijk besloot men met zo’n tien dames apart te gaan trainen. Vuurdoop werd een zwaarbevochten 4-4 tegen het Zeeuwse Oemoemenoe. Saillant detail was dat de OBELIX-dames de dag voor hun eerste wedstrijd al afgereisd waren naar Sonja’s Goed-Nieuws-Show om het team en de rugbysport te promoten. Op Sonja’s vraag of de vorm van de bal iets met feminisme te maken had, ontkende Carla; ‘O nee, dat is al 100 jaar zo, dat is gewoon handig bij het lopen en passen’.
Met al een wedstrijd achter de naam moesten de dames ook officieel in de vereniging worden opgenomen. Op 1 november 1979 vond een roerige ALV plaats in Cafe De Mark, waar het drankgebruik de toch al moeizame besluitvorming nog vertroebelde. Aan deze avond hield de NSRV OBELIX niet alleen een damesteam over, maar ook een regel in het huishoudelijk reglement die het drankgebruik tijdens ALV’s verbood.
In het eerste jaar schommelde het aantal dames nogal eens en een compleet team bleek een moeilijke opgave. Met behulp van gastspeelsters werden de wedstrijden afgewerkt. Ook speelde men al een internationale wedstrijd tegen het Duitse Wiedenbruck. De tweede internationale wedstrijd, tegen Malmo was legendarisch: de Zweedse dames bleken de gastvrijheid hier zeer pover te vinden, daar zij geen hotel en slechts een eenvoudig ontbijt kregen. Ze dienden zelfs een officiële klacht in bij de bond.
In de eerste jaren werd hard gewerkt aan het aantal damesleden. Met man en macht dienden leden te worden geworven. Een introduktie met een schitterende stand met video, en feesten en demonstratiewedstrijden en natuurlijk de bekende ronselpartijen zorgden hier uiteindelijk voor. Het ‘bijna compleet’-tijdperk brak aan en er waren regelmatig wedstrijden en regelmatig overwinningen: De OBELIX-dames werden een ploeg om rekening mee te houden.

Het tweede decennium, 1981-1990.

In tien jaar tijd was NSRV OBELIX uitgegroeid tot een meer dan volwaardige rugbyvereniging. In het seizoen 1980-1981 wordt het eerste team kampioen in de afdeling Zuid-Oost 1e klasse en promoveert weer naar de Eerste klasse en ook het tweede team bereikt een hoge eindstand in de competitie. Het damesteam had inmiddels een ‘vaste plaats binnen de vereniging’ verworven (Idéfix, september 1982). In dit seizoen nam het team voor het eerst deel aan de in dit jaar gestarte competitie.
Bovendien werd op 1 september 1981 op het sportcentrum “de keurige geometrie van louter voetballijnen op de groene grastapijten (…) doorbroken” (aldus universiteitsblad KUnieuws). Anders gezegd: NSRV OBELIX hoefde het veld niet meer te delen met de voetballers en kreeg de beschikking over een eigen rugbyveld aan de Heyendaalseweg. Het veld werd, in het bijzijn van onder meer de vice-voorzitter van de NRB Bert Bode en de directeur van het bondsbureau Jan de Groot, officieel geopend door directeur Reitsma van het sportcentrum. De openingwedstrijd tegen Wageningen werd uiteraard gewonnen. In de gelederen van OBELIX speelde overigens ook Bert Bode mee die, zoals hij zelf zei, altijd, zelfs als hij ging kijken naar een officiële interland, zijn rugbyspullen meenam. ‘Je weet maar nooit’ aldus Bert. Ook het naar de Ereklasse gepromoveerde THOR kreeg een pak op de broek.

De jaren tachtig werden door de verschillende teams dus goed begonnen. Het eerste team werd derde in de competitie en won het Mariken-toernooi door The Wasps op eigen veld met 0-7 te verslaan. Ook het tweede team wist te promoveren en kwam in de afdeling Midden 1e klasse terecht. In de loop van de jaren tachtig nam het aantal herenleden echter af wat ervoor zorgde dat het tweede team degradeerde en in het seizoen 1984-1985 uit de competitie moest worden teruggetrokken. Het damesteam consolideerde zich en presteerde goed. Koninginnedag 1982 organiseerden de OBELIX-dames een toernooi dat gekenmerkt werd door slecht weer en een “gratis” verspreiding van de ingeslagen drank omdat deze volgens de richtlijnen van het sportcentrum niet verkocht mocht worden. In de finale verloren de dames van stadsgenoot The Wasps. Ook behaalde het team in 1984 op het nationale damestoernooi een zeer verdienstelijke derde plaats en won men een jaar later het NSK in Eindhoven. Dat er inmiddels een aantal OBELIX-dames deel uitmaakten van de nationale selectie moge duidelijk zijn. Na de primeur van Jozefien Goossens in 1983 volgden in 1984 Leen Dresen, Petra Delsing en Dimi Compen.

De tweede helft van de jaren tachtig kende voor de dames een treuriger verloop. Door een groot aantal blessures, zwangerschappen, vergrijzing en geringe animo onder de nieuwe lichtingen Nijmeegse studentes moest het bestuur in oktober 1987 het damesteam terugtrekken uit de nationale competitie. De voorlopig laatste wedstrijd van de OBELIX-dames vond plaats op 9 april 1988 op het NSK Rugby in Nijmegen. Dit betekende overigens niet de teloorgang van damesrugby binnen OBELIX. Tot op heden zijn er nog altijd fanatieke damesleden binnen de vereniging die het ovaal niet onverdienstelijk weten te beroeren en het schoppen tot de nationale selectie. Competitiedeelname vind plaats via het damesteam van The Wasps.

De heren waren in 1985 gedegradeerd naar Afdeling Oost 1 en begon daar aan een redelijk seizoen. Men eindigde met 21 punten uit zestien wedstrijden in de middenmoot. Het seizoen 1986-1987 was voor NSRV OBELIX het ‘seizoen van de waarheid’ (aldus voorzitter Hubert Korzilius in de Almenix 1986). Het dalende ledenaantal en de verwachte bezuinigingen op de studentensport zorgden ervoor dat de toekomst van Obelix er niet al te rooskleurig uitzag. Ondanks deze sombere verwachting begon men overtuigend aan het nieuwe seizoen en wist men uiteindelijk op een derde plaats te eindigen. Ook werd in dit seizoen de grootste overwinning in de OBELIX-historie binnengehaald: 112-4 tegen Pickwick Players 2 (let wel, een try leverde destijds nog maar vier punten op). Het dalende ledenaantal begon echter zijn sporen na te laten binnen de vereniging en het resulteerde twee seizoenen later in een sportief dieptepunt. NSRV OBELIX eindigde in het seizoen 1988-1989 op de laatste plaats en degradatie werd alleen voorkomen doordat twee andere teams zich terugtrokken uit de competitie.
Onder voorzitter Patrick Luijkx begon NSRV OBELIX aan het begin van het seizoen 1989-1990 een agressieve ledenwervingscampagne. Dat had meteen resultaat: meer dan in de voorgaande jaren schreven mensen zich in voor de beginnerscursus. Opvallend daarbij was het (relatief) grote aantal dames dat interesse toonde voor onze sport. Aan het begin van het seizoen was er zelfs nog even sprake van dat een nieuw damesteam tot de mogelijkheden zou kunnen behoren, maar van het grote aantal dames uit het begin bleven er slechts een paar over. Al met al was in korte tijd weer redelijk wat jong bloed in de vereniging gestroomd.
Als gevolg van een herindeling werd NSRV OBELIX door de NRB ingedeeld in de laagste klasse van de landelijke competitie. Na twee nipte nederlagen in het begin van de competitie, kwam Obelix goed op gang en werd er driftig gescoord. In de beslissende wedstrijden om het kampioenschap werd er echter telkens op het nippertje verloren. Dat het daarbij niet altijd even sportief aan toe ging, is alleen maar extra frustrerend. De competitie werd op een vierde plaats beëindigd en op het scorebord prijkte het hoogste doelsaldo uit de OBELIX-geschiedenis: 651 punten voor en 159 tegen!
Het absolute hoogtepunt van het seizoen was de sevens-voorronde van district Oost die op 22 april door de NSRV OBELIX werd georganiseerd. De voorrondes stonden in het teken van de landelijke actie ‘Maak Ettienne Aalten mobiel’. Ettienne Aalten, een speler van DSR-C, was namelijk in het voorgaande jaar tijdens een wedstrijd door een ongelukkige samenloop van omstandigheden tot zijn schouders verlamd geraakt. De voorrondes werden door studentenclubs georganiseerd en de opbrengsten van alle voorrondes waren bestemd voor de aanschaf van een aangepaste auto voor Ettienne. Toen de aanvankelijke scepsis over de capaciteit van de NSRV Obelix om zo’n groot toernooi te organiseren eenmaal overwonnen was, ging men hard aan de slag om alles op tijd voor elkaar te krijgen. Het resultaat mocht er zijn: 11 teams namen aan het toernooi deel en de organisatie verliep vlekkeloos. Vooral het harde werk van initiator Jos IJkhout verdient hier speciale vermelding. Maar niet allen het organisatorische gedeelte verliep uitstekend, ook op het sportieve vlak lieten de geel-groenen zich niet onbetuigd. Men wist tot de finale door te dringen, die weliswaar werd verloren, maar wel voor het eerst in de historie plaatsing betekende voor de Nationale Sevens in Hilversum (in 1984 was al eens deelgenomen, maar dan middels een wildcard). Het toernooi vond plaats op de dag na de viering van het vierde lustrum en dat het geen sportief succes werd, kan voor een aanzienlijk deel daarop worden teruggeleid. Zelden zijn er rugbyers geweest met meer pap in de benen.
Aan het begin van de jaren tachtig waren de internationale contacten een beetje verwaterd en werden er relatief weinig internationale wedstrijden gespeeld. Vermeldenswaardig is het protest van NSRV OBELIX tegen de British Lions-tour naar Zuid-Afrika, dat de nationale pers haalde. Er waren onder andere tours naar Birmingham (1983), Leuven en Parijs (1984), alwaar men deel nam aan een toernooi van Stade Français. In 1986 en 1987 werd het toernooi – de ‘Challenge Allain Villotte’, een 2-daags toernooi, compleet met een zeer formele ontvangst met champagne, kaviaar en afgevaardigden van de Franse rugbybond – wederom aangedaan. Ook hier een primeur: voor het eerst in de OBELIX-historie moest er entree (20 F) betaald worden om het groen-geel in actie te kunnen zien.

Het derde decennium, 1991-2000.

Na de vierde plaats van voorafgaande seizoen kende het seizioen 1990-1991 maar één doel: promotie. NSRV OBELIX was gretig, agressief en domineerde alle wedstrijden. 14 wedstrijden en 14 overwinningen later werd men kampioen. De weg terug naar boven was ingezet. Er was nog een andere belangrijke feit tijdens dit zeer geslaagde rugbyseizoen. Op initiatief van Toine Dorscheidt en Silvester van Haaren werd een sterfhuisconstructie voor oudere Obelixers verzonnen: Nestorix, bedoeld voor Obelixers vanaf een jaar of 35 die het niet af kunnen leren. Op 23 maart 1991 werd de eerste wedstrijd gespeeld tegen The Wasps. Hoewel Leon Osinski de eerste try in NESTORIX-historie drukte, ging de wedstrijd verloren (20-6). Verder slaagde het sevensteam er in om zich voor de tweede maal te kwalificeren voor de Nationale Sevens. Helaas was dit toernooi in hetzelfde weekend als onze tour gepland en moesten ze het zonder NSRV OBELIX stellen.
Het daaropvolgende seizoen speelde men wederom solide en een derde plaats was het resultaat. Weliswaar waren er een aantal oude rotten die wat minder gingen spelen, maar dit werd opgevangen door de aanstormende nieuwe lichting. In dit seizoen nam NSRV OBELIX ook afscheid van Jacques Greuel. De man-van-het-eerste-uur en trainer had al 21 jaar lang nieuwe en oude Obelixers basis en de fijne kneepjes van de rugbysport bijgebracht. Jacques kreeg een nieuwe functie en NSRV OBELIX een nieuwe trainer: Marc van Beurden, zo nu en dan nog te zien als niet-overdienstelijk winger. Een man met niet alleen hart voor de rugbysport, maar ook een hart voor de vereniging.
Met een hele lading nieuwe spelers werd begonnen aan het seizoen 1992-1993. Het werd een wisselvallig seizoen dat afgesloten werd op de vierde plaats. De nieuwe lichting overtuigde echter wel en dat beloofde veel voor de jaren die zouden komen. In het seizoen 1993-1994 begon men aan promotie te denken nadat OBELIX in januari nog steeds ongeslagen was. In een bloedstollende wedstrijd tegen naaste concurrent Born werd weliswaar verloren (6-3), maar de andere concurrent, het Engels-Duitse Laarbruch, had een aantal steken laten vallen en NSRV OBELIX promoveerde eindelijk naar de derde klasse.
In die derde klasse had NSRV OBELIX het moeilijk en werd de, voor het eerst sinds tien jaar weer gespeelde, Nimweegse Derby tegen The Wasps tweemaal verloren. Wel werd kampioen Tovaal verslagen. “Obelix zet koploper voor joker” kopte De Gelderlander (13-2-1995). Ook in de daaropvolgende seizoenen speelde NSRV OBELIX met wisselend succes. Tegenover heroïsche wedstrijden stonden smadelijke verliezen, tegenover talloze zumba’s stonden talloze blessures. Ook in het bekertoernooi en op het NSK werden er geen potten gebroken.
In het seizoen 1997-1998 werd de weg naar boven weer gevonden, werd er steeds constanter gespeeld en werd in een zinderende wedstrijd tegen de Ducks (31-27) net niet de finale van de beker gehaald. Het volgende seizoen kende een slechte start, maar OBELIX herpakte zich en begon aan een lange reeks zeges. Belangrijkste daarvan was de nog immer legendarische Super-12 tegen de arrogante mannetjes van Breda. NSRV OBELIX was met slechts 12 man afgereisd om in barre, winterse omstandigheden aan te treden tegen koploper Breda. Zij wilden nog wat aan het doelsaldo werken en besloten, zeer sportief, GEEN van hun 3 reserves aan OBELIX af te staan. Na een zwaar bevochten wedstrijd, konden de 18 Bredanaars met het schaamrood op de kaken naar huis: 12-13! Ook in de return in de Keizerstad kregen de Bredanaars een dikke, geel-groene das: 26-0. Het seizoen werd afgesloten met een verdiende eerste plaats op het Mariken-toernooi van The Wasps.
In de jaren negentig en het de eerste jaren van het nieuwe millennium werden op internationaal gebied veel activiteiten ontplooid. Tours en korte trips brachten NSRV OBELIX in Canterbury, Parijs, Wales, Oxford, Londen, Birmingham, Barcelona, Berlijn, Dublin, Toulouse, Malaga, Glasgow en Edinburgh. Memorabele trips voor hen die erbij waren. Een rugbytour zorgt niet alleen voor kennismaking met rugby buiten Nederland. De tour heeft een speciaal karakter en zorgt ook voor het versterken van de onderlinge band, die bij rugby, de ultieme teamsport, zo belangrijk is.

Het heden en de toekomst.

De laatste jaren komt NSRV OBELIX steeds in de derde klasse uit. De huidige competitie bestaat uit louter studententeams, wat de derde helften een specifiek karakter geeft. Een competitie die bolstaat van talent, daar veel mensen pas met de rugbysport in aanraking komen gedurende hun studententijd. Er is veel nieuw bloed binnen de vereniging, wat veel belooft voor de toekomst. Binnen Nijmegen en de Nijmeegse studentenwereld is NSRV OBELIX geen onbekende. Er zijn veel activiteiten en Obelixers laten overal hun gezicht zien en hun stem horen. Des te merkwaardiger is het dat het College van Bestuur nog steeds geen uitsluitsel heeft gegeven over de komst van een nieuw rugbyveld bij het nieuwgebouwde universitair sportcentrum, het Gymnasion. Het verdwijnen van het rugbyveld kan voor een vereniging als NSRV OBELIX verstrekkende gevolgen hebben. Kan gevolgen hebben, want een bloeiende vereniging als de Nijmeegse Studenten Rugby Vereniging OBELIX, met een rijke traditie en historie van ruim 30 jaar, gaat niet zonder slag of stoot ten onder!

Arjan Verhoeven
Nijmegen, 2003.

(voor dit korte historisch overzicht ben ik dank verschuldigd aan mijn voorgaande chroniqueurs en Idéfix-redacteurs: Herman van Gimst, Ruud Smeets, Leen Dresen, Leon Osinski, Patrick Lemmens, Hans van Miert, Haico Burgers, Frank Willemsen, Dimitry Fifis, Jos Fuchs, Antoine Reamakers en Bart Vergeer)